“De mensen gingen op zoek naar zijn boeken. Ze kwamen bij hem van alle hoeken om deze boeken te krijgen. Zijn werken werden bestudeerd, gekopieerd en doorgegeven.”

Naam: Shams- Addien Moehammad Ibn 3uthmaan ibn Qaymaz At-Toerkoemani, Al-Fariqi A-d-Dimashqi
Geboortejaar:1 Rabie3 673 AH
Sterfjaar: In het jaar 747 AH.

Zijn geboorte, zijn afkomst en studies

Zijn naam is Shams- Addien Moehammad Ibn 3uthmaan ibn Qaymaz At-Toerkoemani, Al-Fariqi A-d-Dimashqi. Hij stamt af van een Turkmeense familie die verbonden was aan de Banoe Tamim.

Hij is geboren in Damascus, op de eerste dag van de maand Rabie3 673 H/1274 n.C. Zijn bijnaam was Adh-Dhahabi (de juwelier) want zijn vader was een bekende juwelier. Zijn vader stond ook bekend om zijn liefde voor wetenschappen en hij hield van het gezelschap van geleerden. Hij heeft onderwijs gevolgd bij een beroemde geleerde Ibn Al-Miqdad Al Qaysi. Hij was een vrome man die ’s nachts opbleef en heel vrijgevig was: hij heeft vijf gevangenen vrijgelaten.

Onze imaam is dus bekend geworden onder deze bijnaam van het beroep van zijn vader: Ibn Adh-Dhahabi (de zoon van de juwelier), maar volgens sommige andere geschiedkundigen is het de imam zelf die op een bepaald moment de bedoeling had om het beroep van juwelier uit te oefenen, maar hij zou zich daar vervolgens van afgekeerd hebben. Daarom kreeg hij van sommige tijdgenoten de bijnaam “Adh-Dhahabi”.

De imaam is opgegroeid in een familie die bekend stond om haar vroomheid en kennis. Zo was zijn tante, die eveneens zijn voedster (zoogmoeder) was, Sitt Al Ahl, dochter van 3uthmaan Al Hajja, umm Ahmad (653 H/725 H), overleveraar van hadith. Ze heeft “al ijazza” gekregen van een groot aantal geleerden van hadith en hafidh* (titel die gegeven wordt aan Hadithgeleerden). De imaam heeft via haar hadith overgeleverd.
Zijn oom van moederszijde was een student wetenschappen en de imaam Adh-Dhahabi heeft hem opgenomen in de lijst van zijn shuyoekh in het biografisch register van zijn leermeesters.

De echtgenoot van zijn tante was moehaddith en kende de Heilige Quraan van buiten. Hij stond bekend om het veelvuldig reciteren van de Quraan.

Als je in een dergelijke familie bent geboren wordt en opgegroeid, is het normaal dat de leden van deze familie een bijzonder interesse voor wetenschap hebben in de opvoeding van hun kinderen.

Onder de zorg van zijn familie leerde de imaam Adh-Dhahabi al erg vroeg de hele Quraan van buiten bij zijn shaykh Mas3oed Ibn 3abd-Allaah As-Salihi. Hij heeft bij hem de hele Quraan 40 keer gereciteerd. Vervolgens richtte hij zich op de wetenschap en de studiekringen van de islamitische wetenschappen. Eén van zijn eerste leermeesters was de geleerde van Irak in die tijd,  3izz Ad-Din Al-Faroethi, toen hij in Damascus aankwam in het jaar 690 H.

Op de leeftijd van achttien jaar wijdde imaam Adh-Dhahabi zich systematisch aan de studie van de wetenschappen. Hij begon met de wetenschap van de Quraanrecitaties (al qiraa’aat) en daarna van de hadith.
Hij volgde het onderwijs van imaam Al Fadoeli (O: 692 H), die de leerling was van de beroemde imaam van de Quraanrecitaties in die tijd, imaam As-Sakhawi (o:643 H). Bij hem begon hij de studie van de zeven recitaties en na zijn dood vervolgde hij zijn studies en ontving hij de ijaza bij zijn meester Ibn Ghali Al Moeqri’ Ad-Dimashqi (o: 708 H).

Na deze opleiding werd hij meester van Quraanrecitaties en de grondslagen daarvan, terwijl hij nog geen twintig jaar oud was. Daarna ontving hij ijazat van de beroemdste geleerden van de recitaties zoals: Al-Khalil Al Khoebi Ad-Dimashqi (o: 693 H) en Ibn 3abd Al-3aziez Ad-Dimayati (o: 693 H) die aan hem vóór zijn dood de leiding gaf over zijn halaqa (studiekring) in de Omajjadische moskee.

In die periode, toen hij zich toelegde op het verwerven van kennis over de Quraanrecitaties, kreeg hij intens verlangen om de profetische hadith en zijn wetenschappen te bestuderen en om zijn teksten en zijn ketenen te verzamelen. Vanaf dat moment stelde hij zich ten dienste van hadith, wat zijn levensdoel werd en waarvoor hij zich opofferde tot aan zijn dood.

Hij ondernam vele reizen op zoek naar geleerden en betrouwbare en authentieke ketenen van hadith. Zijn eerste reizen beperkten zich in het begin tot de Shaamstreek en breidde daarna uit naar vele verre regionen: Al-Hijaz, waar hij alle eminente moehaddith van Mekka en Medina hoorde en vervolgens Egypte, waar hij hadith overleverde, volgens de eminente Ibn Daqieq Al-3ied (o:702 H).

Het zoeken van hadith heeft de imaam er niet van weerhouden om nauwgezet de spraakkunst en de regels van de Arabische taal te studeren, alsook poëzie en literatuur, filosofie, maar vooral geschiedenis.

Imaam Adh-Dhahabi heeft drie van de geleerden van zijn tijd vergezeld, die hem het meest gekenmerkt hebben. Ze waren bovendien zijn vrienden en zijn studiegenoten en zijn leermeesters voor de wetenschappen die zij beheersten. Het ging om Abou Al-Hajjaj Yoesoef Ibn ‘Abd Ar-Rahmaan Al Mizzi Ash-Shafi3ie (654 H/742 H); Taqiy Ad-Din Aboe Al-3abbas Ahmad Ibn 3Abd Al-Hakim Ibn Taymiyah (661 H/728 H) en 3alamoe Ad-Din Aboe Moehammad Al-Qasim ibn Moehammad Al Barzali (661 H/739 H).

Hij heeft nooit met hen gebroken, totdat de dood hen scheidde.

Imaam Adh-Dhahabi was erg gehecht aan zijn drie vrienden die tegelijkertijd zijn metgezellen en leermeesters waren. Al Barzali gaf hem de liefde voor de hadith mee. Ibn Taymiyya bracht hem de liefde voor de waarheid bij, voor het engagement en de kennis in de breedste betekenis van het woord. Toen hij overleed, rouwde hij om hem in een lang gedicht en hij leverde over dat er meer dan duizend boeken van Ibn Taymiyyah waren. Maar zijn relatie en zijn contacten waren sterker met Al–Mizzi. Dat is degene die hem het meest beïnvloedde, terwijl hij ouder was dan hem.

Wat zijn shuyoekh (meervoud van shaykh) betreft, heeft imaam Adh-Dhahabi zelf in zijn “Moe’jam” (Index) vermeld: duizend driehonderd shuyoekh.

Zijn wetenschappelijke activiteiten en zijn werken

Imaam Adh-Dhahabi begon zijn wetenschappelijke productie in het begin van de 8e eeuw. Hij begon met de samenvattingen. Zo werden vele referentiewerken op alle wetenschappelijke gebieden door de imaam samengevat, vooral geschiedenisboeken en boeken met hadith.

De imaam heeft vijftig referentiewerken samengevat.

Vervolgens wijdde hij zich aan de redactie van zijn omvangrijke en beroemde geschiedeniswerken: “Tarikh al Islam” (de Geschiedenis van de Islaam) die hij voltooide in 714 H.

De samenvatting van imaam Adh-Dhahabi verschilde van de anderen door de methodologie die de imaam zichzelf had opgelegd. Het was geen stijve en steriele samenvatting. De imaam voegde er bijvoegsels, commentaar, vergelijkingen die getuigen van zijn brede cultuur en zijn beheersing van verschillende wetenschappen.

Zijn samenvatting van het boek van Ibn Al Athir (o:630 H): “ ‘oesoed Al ghaba fi ma3rifati as-sahaabah, heeft hij verrijkt met aanvullingen die hij uit verschillende geschiedeniswerken haalde.

In zijn samenvatting van het boek “Tadhib al-kamal” van Al Mizzi, wat betreft, voegde hij de referenties van de hadith toe, hun authenticiteitgraag en biografische verduidelijkingen. As-Soebki heeft de verdiensten van deze samenvatting geprezen en hij zei hierover: “Het is een waardevolle boek waarin imaam Adh-Dhahabi heeft uitgemunt en zijn ervaring en zijn bekwaamheid in de wetenschap van de jarh heeft aangetoond.”

In zijn samenvatting van “Al-Moestadrak over de twee Sahih” van Al-Hakim An-Nisaboeri (o:405 H) heeft hij het hele werk en zijn hadith opnieuw bestudeerd. Hij heeft het volledig verbeterd en hij heeft alle hadith van het werk bijeengebracht en hun waarde bepaald.

In zijn samenvatting van het boek van Al-Bayhaqi (o:458 H) “As-Soenan al Koebra” heeft hij zich uitgesproken over de authenticiteit van al deze hadith en over hun graad. Hij heeft de hadith aangetoond die in de zes Soenan voorkwamen en de andere, en hij heeft hen verbonden aan hun overleveringsreferenties.

Imaam Adh-Dhahabi was een specialist in Quraanrecitaties, wat bewezen wordt in zijn boeken: “At-Talwihat fi ‘ilmi al qira’at” ; “Ma’rifatoe al qoerra’ al kibar ‘ala at-tabaqat wa al a’sar”.

De beroemde meester in Quraanrecitaties Ibn Al Jazari heeft over hem gezegd: “De grote eervolle meester.”

Toch muntte imaam Adh-Dhahabi het meest uit in de hadith. Zijn tijdgenoten gaven hem de bijnaam: de Hadithgeleerde van de eeuw: “moehaddith al ‘asr.”

Om zijn waarde in die materie aan te tonen, werd er overgeleverd dat imaam Ibn Hajar Al ‘Asqalani (o: 852 H) vertelde heeft toen hij het water van zamzam dronk, hij Allaah (de Verhevene) vroeg om hem te eren door hem dezelfde graad als imaam Adh-Dhahabi te laten bereiken in de kennis, het onthouden en het begrijpen van de hadith.

Imaam Adh-Dhahabi was de biograaf van zijn tijd geworden. Hij heeft de materie de volgende werken samengesteld:
–    “Al Moe’jam al moekhtasar bi-moehaddithi al’asr”
–    “Tarikh al Islaam wa wafayat al mashahir wa al a’lam”
–    “Tadhkirat al hoeffaz”
–    “Siyar a’lam an-noebala”

Hij was eerlijk en rechtvaardig in zijn oordelen, zelfs tegenover zijn tegenstanders of mensen van andere strekkingen en sektes. Zo heeft hij over Aban Ibn Taghlib Al Koefi gezegd: “Een moedige en geduldige Sji’iet. Er werd gesproken over zijn rechtvaardigheid en over zijn toetreding tot de sjia. Enkel deze kwaliteit spreekt ons aan en nemen we in acht, maar wat zijn vernieuwing betreft, werkt deze tegen hem. Ahmad, Ibn Ma’in en Abou Hatim hebben hem eerlijk en betrouwbaar genoemd.”

Enkel van zijn geschiedenisboeken:
–    “Al-Wafayat”
–    “Al-‘Ibar”
–    “Doewal al Islaam”. Dit boek bewijst grondig kennis van imaam Adh-Dhahabi over de politieke, intellectuele, economische en sociale situaties van zijn tijd.

Zijn werken in het Dogma behandelen getuigen van zijn geleerdheid in de materie. Hij was gehecht aan de positie van onze vrome voorgangers. We vermelden er enkele van:
–    “Al qadar”
–    “Al ba’th w aan-noeshoer”
–    Samenvatting van “Minhaj al i’tidal fi naqd kalam ahl ar-rafd wa al i’tizal” van ibn Taymiyya.
–    “Al faroeq fi as-sifat”
–    “Al arba’in fi sifati Rabbi al’allamin”
–    “Al Wa’id”
–    “Al ‘oeloew li Al ‘Aliy al Ghaffar”
–    “ Al Kaba’ir wa bayan al maharim”

Imaam Adh-Dhahabi behoorde tot zijn strekking van Ash-Shafi’i. Hij beheerste het Recht en zijn regels. Hij schreef over deze materie:
–    “Mas’alat at-talaq” en de bespreking van de mening van ibn Taymiyya hierover.
–    “Samenvatting van het werk van Ibn Hazm: “Al Moehalla”, getiteld: “Al moestahla fi ikhtisar al Moehalla”

De geschiedkundigen hebben een lijst van meer dan 200 werken van imaam Adh-Dhahabi opgetekend.

Imaam Adh-Dhahabi had een mooi handschrift. Hierover werd gezegd: “het was duidelijk en verfijnd handschrift.”

Zijn functies

Tijdens zijn leven heeft hij verschillende keren de functies opgenomen van shaykh van eminente Hadithscholen in zijn tijd.

In 718 H stond hij aan het hoofd van Dar al Hadith in Toerbat Oem As-Salih. Hij zou daar verblijven tot aan zijn dood. De eminente geleerde Ibn Khatir (o: 774 H) volgde hem na zijn dood op.

In 729 H kreeg hij de verantwoordelijkheid over Dar a l hadith Az-Zahiriyya.

Na de dood van zijn shaykh  en vriend Al Barzali, nam hij de functies van imaam, leraar en directeur van Madrasa An-Nafisiyya op zich.

In 739 H, bekleedde hij de mashyakha van Dar al Hadith en van de Quraan At-Tankaziyya.

Ook nam hij het bestuur van Dar al Hadith Al Fadiliyyah op zich.

Imaam Adh-Dhahabi stond aan het hoofd van de belangrijkste Hadithscholen van Damascus, dankzij zijn geleerdheid in de hadith.

Toen hij in 748 H overlees (vrede zij met zijn ziel), stond hij aan het hoofd van vijf hadithscholen.

Zijn morele kwaliteiten

De imaam stond bekend om zijn ascetische levenswijze, zijn kuisheid en zijn stevig en sterk geloof.

Hij was bescheiden en zocht het gezelschap van de armen en van de vrome mensen die bekend stonden om hun gehechtheid aan het juiste geloof en aan de Teksten van de Wet.

Imaam Az-Zarkashi (o: 794 H) heeft over hem gezegd: “Naast zijn ascetisme en zijn totale onthechting van de wereldse bezittingen, was hij altruïstisch, haastte hij zich om het goede te doen en verlangde hij naar het Hiernamaals

Zijn leerling Ibn Rafi’ As-Soelami (o: 774 H) zei over hem: “Hij was een  goed gezelschap, een goede, deugdzame en bescheiden man.”

Wat de geleerden over hem zeiden:

Ibn Hajar heeft gezegd: “De mensen gingen op zoek naar zijn boeken. Ze kwamen bij hem van alle hoeken om deze boeken te krijgen. Zijn werken werden bestudeerd, gekopieerd en doorgegeven.”

Badr Ad-Din Al ‘Ayni (o:855 H) heeft gezegd: De shaykh, de imaam, de grote geleerde, de hooggeleerde in hadith (al Hafiz), de geschiedkundige, de meester van de moehaddith.”

Zijn leerling Ibn Khatir heeft over hem gezegd: “De shaykh, de eminente Hafiz, de geschiedkundige van de Islaam  en de imaam van de moehaddith.”

Moge Allaah hem zegenen, hem overladen met Zijn Gunsten, hem het Hoogste Paradijs schenken en ons hem laten vergezellen, onder Zijn vrome dienaren. Amien.

Categorieën