Een zon voor de wereld en een gratie voor de mensheid.
” Imaam Ahmad over a-Shafi3i

Zijn naam: Mohammad ibn Idries, ibn al-3abbaas, ibn 3uthmaan, ibn Shaafi3, ibn as-Saa-ib, ibn 3ubayd, ibn 3abd-Yazied, ibn Haashim, ibn al-Moettalib, ibn 3abd-Manaaf, ibn Qoesayy, ibn Kilaab, ibn Moerrah, ibn Ka3b, ibn Loe-ayy, ibn Ghaalib.
Zijn geboortejaar: Hij is geboren in 150 AH in Ghizza (Palestina).
Zijn sterfjaar: Hij is overleden in de maand Rajab 204 AH.

Naam en afkomst:

Hij is Mohammad ibn Idries, ibn al-3abbaas, ibn 3uthmaan, ibn Shaafi3, ibn as-Saa-ib, ibn 3ubayd, ibn 3abd-Yazied, ibn Haashim, ibn al-Moettalib, ibn 3abd-Manaaf, ibn Qoesayy, ibn Kilaab, ibn Moerrah, ibn Ka3b, ibn Loe-ayy, ibn Ghaalib.

Hij is van de vier grote Imaams het dichts bij de profeet sallallaahoe 3alaihie wa sellem qua familielijn.

Imaam a-Shafi3i werd ook wel met de volgende namen genoemd:

Aboe 3abdillaah al-Qoerashie, al-Moettalibie a-Shafi3i al-Mekkie en bij geboorte al-Ghazziyie.

Geboorteplaats en datum:

Imaam a-Shafi3i werd geboren in het jaar 150 na hidjra. Dit jaar was ook het jaar waarin de andere grote Imaam Abu Hanifa overleed. Zijn vader stierf toen hij nog heel jong was en hij groeide op in een armoedig bestaan.

De geboorteplaats van Imaam a-Shafi3i is in Ghizza (Asqalaan) in Palestina. Zijn vader, Idries, stierf op jonge leeftijd. Toen hij 2 jaar oud was nam zijn moeder hem mee naar een stam in al-Hijaz in Yemen. Zijn moeder hield hem daar tot hij 10 jaar was. Toen hij 10 jaar oud was nam ze hem mee naar Mekka, waar hij opgroeide.

Hij begon hier met het werpen van pijlen, totdat hij al zijn tijdgenoten overtrof en hij in staat was negen uit tien doelen te raken.

Vervolgens begon hij de Arabische taal en poëzie te bestuderen, en raakte hij daar bedreven in. Toen werd hij verliefd op al-fiqh (wetleer), dus werd hij daarin de meester van de mensen in zijn tijd.

En het wordt genoemd in Manaaqib a-Shafi3i van al-Aaboerie: “Ik hoorde az-Zoebayr ibn ‘Abiel-Waahid al-Hamdhaanie zeggen dat 3alie ibn Mohammad ibn 3iesa ons vertelde: Ik hoorde Rabie’ ibn Soelaymaan zeggen: a-Shafi3i werd geboren op de dag dat Aboe Haniefah stierf, moge Allah Zijn Genade schenken aan hen beide.”

Huwelijk:

Hij trouwde Hameedah bint Nafi3 bin Unaisah bin 3amr ibn 3uthman bin 3affan. Hij trouwde met een kleindochter van de Khalief 3uthman bin 3affan.

Kinderen:

Naam van zijn eerste kind: Abu 3uthmaan, Muhammad (hij was een rechter in Medina en groeide op in Syrië)

Naam van zijn tweede kind: Fatima

Naam van zijn derde kind: Zainab

Onderwijskundige achtergrond:

De deugdzame moeder nam de verantwoordelijkheid om haar zoon de Qur’aan te leren lezen en schrijven zodat hij een goede bagage had m.b.t. zijn religie.

Ondanks haar armoede stuurde ze haar zoon naar een van de kleinere scholen.

Mohammed’s eerste schooldag brak aan, hij was nauwelijks in staat om goed te lopen, en toen zijn onderwijzer hem zag betitelde hij hem min of meer met de volgende woorden: “Mijn zoon, zit slechts naast mij en luister met zorg naar de ouderen zodat het lezen en reciteren een gewoonte wordt.”

Echter was de jonge Mohammad Ibn Idrees a-Shafi3i, rahimahuAllaah begunstigd met intelligentie en een vindingrijk vermogen.

Hij was gewoon om hetgeen hij van zijn leraar hoorde enorm snel op te nemen en uit te leggen aan de andere studenten.

Elke dag in de kleine school groeide zin kennis tezamen met zijn leergierigheid.

Zijn docent begon steeds meer van hem te houden en stimuleerde hem in het vooruitgaan.

De pupil begon zich steeds meer te onderscheiden, tot op een dag dat zijn leraar tegen hem zei: “Mijn zoon, je bent zo hoog intelligent tot het bereik dat ik jou nog weinig te bieden heb, het enige wat ik van je wil is dat je onderwijst wanneer ik niet aanwezig ben.”

De jongeling rende vrolijk naar zijn moeder om haar het nieuws te vertellen; ze hoefde nooit meer geld aan de docent te betalen. De deugdzame moeder was blij voor haar zoon en zijn intelligentie en ze moedigde hem aan om nog meer te studeren.

Dit leidde hem tot het actief meedoen aan het completeren van het leren van de Qur’aan, wat uiteindelijk ook is gelukt in zijn zevende levensjaar.

Terwijl moeder in eerste instantie in een extase van blijheid verkeerde omtrent de memorisatie van de Qur’aan door haar zoon, begon zij ook te denken aan hoe ze de intelligentie van haar zoon het beste in goede banen kon leiden om zo een beter resultaat te bereiken.

Ze stuurde hem naar de heilige moskee van Mekka om daar de lessen bij te wonen. De jongen begon met het luisteren naar grote geleerden. Hij had dan wel geen geld om hetgeen hij hoorde op te schrijven, doch gebruikte hij perkament, palmbladeren en botten van kamelenschouders.

Gedurende deze eerste periode van het kennis opdoen, realiseerde a-Shafi3i, rahimahu-llaah het belang van het leren van de Arabische taal in zijn oorsprong om zo de Qur’aan en Sunnah te begrijpen op de juiste manier.

Hij vertrok naar de stam van Huthayl, de welbespraakte stam onder de Arabische stammen, en verbleef daar meerde jaren. Hier leerde hij hun welbespraaktheid, hij memoriseerde hun gedichten, bestudeerde biografieën van Arabieren van voor en na de komst van de Islaam en leerde ridderschap en boogschieten. Uiteindelijk werd hij een dappere, ongeëvenaarde ridder en een talentvolle boogschutter die zijn doel zelden mistte.

Naarmate de jaren verstreken keerde a-Shafi3i, rahimahu-llaah, terug naar zijn geliefde thuisstad: Mekka. Hoe groot zijn verlangens naar zijn moeder ook waren; hij vervolgde zijn zoektocht naar zijn kennis enthousiast. Hij vertrok naar de grote Mufti van Makkah, Muslim Ibn Khaalid Az-Zinji, die zijn eerste docent in Fiqh werd. Ook begon hij met het bestuderen van de Hadeeth onder toezicht van Sufyaan Ibn ‘Uyaynah,

De verteller van de heilige moskee. In een korte tijd bereikte a-Shafi3i, rahimahu-llaah, het niveau van een uitmuntende Islamitische geleerde. Zijn mentor, Muslim Ibn Khaalid gaf hem toestemming om religieuze vragen te beantwoorden terwijl hij 15 jaar oud was. Hij zei hem trots: “O Mohammed! Geef fatawa en beantwoord de vragen van de mensen. Bij Allaah, nu is het mogelijk voor jou om een fatawa te geven.”

Zijn andere mentor Sufyaan Ibn 3uyaynah, was gewend, als het om fatawa ging, te refereren aan hem terwijl hij tegen de mensen zei: “Vraag het deze jongen.”

Gedurende het verdere verloop van zijn studie in Makkah, hoorde a-Shafi3i rahimahu-llaah over de welbekende geleerde van Madeenah; Imaam Maalik ibn Anas. Hij wilde een student van imaam Maalik worden, echter zag hij in dat hij niet onvoorbereid naar hem toe zou kunnen gaan. Hij memoriseerde Maalik’s belangrijkste boek: “Al Muwatta” in 9 dagen.

Nadat hij dit had gedaan vertrok hij om imaam Maalik te ontmoeten in zijn huis in Madeenah.

a-Shafi3i, rahimahu-llaah, sprak welbespraakt en vriendelijk met de imaam en vertelde hem over zijn wens om een student van hem te zijn.

De Imaam bekeek de jongen gedurende een lange tijd, terwijl de jongen zijn verhaald deed over zijn zoektocht naar kennis. De Imaam had een verbazingwekkend voorkomen en een doordringend gezicht, hij zei de jongen: “Mijn zoon, met de wil van Allaah zal je een goede toekomst hebben. Morgen kom je naar mij toe en breng je iemand met je mee die Al Muwatta’ kan lezen, omdat ik vrees dat je het niet alleen kunt lezen.” a-Shafi3i, rahimahu-llaah, antwoordde met dezelfde vriendelijke toon: “Imaam, ik zal het zelf lezen, zonder boek, met behulp van mijn eigen memorisatie.”

a-Shafi3i, rahimahu-llaah, verbleef een lange tijd in het gezelschap van Imaam Maalik. De Imaam hield veel van hem en in het jaar 179 (na de hidjrah), nadat Imaam Maalik was gestorven, keerde a-Shafi3i, rahimahu-llaah terug naar Makkah vanuit Madeenah met heel veel kennis die zijn gehele leven had beïnvloed.

In Makkah trouwde hij met Hameedah Bint Naafi3, een kleindochter van de khalief 3uthmaan Ibn 3affaan, radiya-laahu 3anhu en kreeg van haar 2 zonen en 1 dochter.

In de binnenplaats van de put van Zamzam en naast de Maqaam van de Profeet Ibraheem onderwees Imaam a-Shafi3i, rahimahu-llaah vele studenten van verschillende afkomsten.

Zijn zitting werd erg bekend zowel in de heilige moskee van Makkah als buiten Makkah, zodat het Iraq ook bereikte. 3abdur-Rahmaan Ibn Mahdi, een van de geleerde van 3iraaq stuurde hem een brief met het verzoek om een boek te schrijven gebouwd op bewijs uit de Qur’aan en Sunnah en idjm3aa tezamen met andere wetenschappen van Fiqh. Een van de geleerde uit Irak stuurde hem een brief waarin hij vroeg om een boek samen te stellen m.b.v. de bewijzen van wetgeving uit de Quran en de Sunnah, de consensus van de geleerden en andere zaken waarop de wetenschap van Islamitische Jurisprudentie (Fiqh) is gebouwd.

a-Shafi3i rahimahu-llaah schreef het boek en noemde het Ar-Risaalah dat het eerste boek werd onder wat later ‘3ilm Usul Al Fiqh’ genoemd werd.

In het jaar 195 (na de Hidjrah) reisde Imaam a-Shafi3i, rahimahu-llaah, voor de tweede keer naar Bagdad en continueerde het onderwijzen daar gedurende 2 jaar. Velen studeerden onder zijn supervisie waaronder Imaam Ahmad Ibn Hanbal, rahimahu-llaah, die later zei: “Ware het niet door a-Shafi3i, anders zouden wij de leer van de Hadeeth niet begrepen hebben.”

Voordat hij 3iraaq verliet had hij het schrijven van zijn boek Al Hujjah (het Bewijs) afgerond, waarin hij de essentie van zijn nieuwe leerschool van jurisprudentie beschreef.

In het jaar 199 (na hidjrah) ging de Imaam naar Egypte, waar hij zijn kennis verspreidde onder de Egyptenaren, die erg van hem hielden.

Meer en meer studenten van over de hele wereld bezocht hem.

Tegen het einde van zijn leven aan werd de Imaam erg ziek. Deze ziekte bleef bij hem gedurende 4 jaar, echter stopte deze ziekte hem niet om door te gaan met onderwijzen. Wanneer hij, na een dag lesgeven, terug keerde naar zijn huis, dwong hij zichzelf de pijn te negeren en stortte zichzelf op het schrijven, herdrukken en het proeflezen van zijn boek Hujjah, dat hij in Iraq schreef, vervolgens hernoemde hij het herdrukte boek: Al Umm.

Een aantal leraren van Imaam a-Shafi3i:

1.    Muslim bin Khalid al-Zangi (een Mufti van Mekka gedurende het jaar 180 na hidjra)

2.    Sufyaan bin Uyainah al-Hilaali (1 van de drie grootste geleerde in Mekka op dat moment)

3.    Ibrahim bin Yahya (een geleerde uit Medina)

4.    Malik bin Anas (Imaam a-Shafi3i reciteerde vaak ahadith voor Imaam Malik na het memoriseren van zijn boek Muwatta Imaam Malik) a-Shafi3i bleef in Medina totdat Imaam Malik overleed in het jaar 179 na hidjra)

5.    Wakee’ bin al-Jarraah bin Maleeh al-Kofi

6.    Muhammad bin Hasan al-Shaibaani (een geleerde uit Busrah, een groot student van Imaam Abu Hanifa)

7.    Hammaad bin Usama al-Haashimi al-Kofi

8.    Abdul-Wahhab bin Abdul-Majeed al-Busri

9.    Muhammed Ibn Ali Ibn Shafi’ee, zijn oom

10.    Hishaam ibn Yusuf

11.    Marwan ibn Mu3aawiyyah

Memorisatie:

Ahmad ibn Ibraahiem at-Taa’rie al-Aqtaa’ zei: “Al-Moezanie vertelde ons dat a-Shafi3i rahimahu-llaah zei: Ik memoriseerde de Qor-aan toen ik acht jaar was, en ik memoriseerde al-Moewatta- toen ik tien jaar oud was.”

Ma’mar ibn Shabieb zei: “Ik hoorde al-Ma-moen zeggen: ik testte Mohammad ibn Idries inderdaad in alles, en ik bemerkte dat hij volmaakt was.”

En van a-Shafi3i rahimahu-llaah die zei: “Ik ging naar Maalik toen ik dertien jaar was – en het is zoals hij zegt, ook al leek het alsof hij drieëntwintig jaar oud was – hij zei: Ik kwam met de zoon van mijn oom naar al-Medienah. Maalik sprak, en zei: Ik zoek iets voor jou om te lezen. Ik zei: Ik zal lezen. Dus las ik voor hem. Wanneer hij me iets vroeg over waar we al langs waren geweest, vroeg hij me: Reken het. Dan zou ik uit het hoofd overleveren. En het was alsof hij verbaasd was. Toen vroeg hij me over een zaak, en ik antwoordde, en dan een andere zaak. Daarop zei hij: Jij zou het leuk vinden om een rechter te zijn!”

Aboe 3ubayd zei: “Ik heb niemand gezien die intelligenter is dan a-Shafi3i,” en evenzo zei Yoenoes ibn ‘Abdil-A’laa: “Als de oemmah bij elkaar werd gehaald, zou zijn intelligentie meer zijn dan wat zij samen brengen.”

Aboe Dja’far at-Tirmidhie zei: “Aboel-Fadl al-Waashdjirdie vertelde ons: Ik hoorde ‘Abdoellah as-Saaghaanie zeggen: Ik vroeg Yahya ibn Akhtam over Aboe ‘Oebayd en a-Shafi3i, wie van hen meer kennis heeft? Hij zei: Aboe ‘Oebayd kwam vaak bij ons. Hij was een man die als hij het geluk had om boeken te ontvangen, dan zou hij de vormen van het schrijven ervan verbeteren. Hij zou ze organiseren met prachtige zinnen vanwege zijn hoge bekwaamheid in de Arabische taal. Wat betreft a-Shafi3i, we waren vaak met Mohammad ibn al-Hasan voor vele discussies, en hij was een man die Qoerashie in zijn begrip en intellect was, hij was snel in verbeteren. Als hij niet meer ahaadieth had gehoord, zou hij voldoende zijn voor de gemeenschap van Mohammad – sallallaahoe 3alaihie wa sellem – over de andere foeqahaa- (wetgeleerden).”

En Ahmad ibn Mohammad ibn Bint a-Shafi3i  zei: “Ik hoorde mijn vader en oom zeggen: Wanneer er een man naar Soefyaan ibn 3uyaynah kwam met iets van tafsier of fataawaa, zou hij het aan a-Shafi3i  geven, en zeggen: Behandel dit.”

Arrestatie:

Gedurende het leven van Imaam a-Shafi3i, rahimahu-llaah, leed hij onder politieke intriges.

Hij werd bijvoorbeeld, na zijn studie onder Imaam Maalik in Madinah, opgeroepen om naar een bureau in Yemen te komen, waar hij werd beschuldigd van politieke betrokkenheid wat resulteerde tot een arrestatie. Hij werd een gevangene onder Haroon ar-Rasheed. Echter bevond de khalief hem onschuldig en werd de Imaam eervol vrijgelaten.

Karakteristieken:

1. Zijn welbespraakzaamheid en uitbundige kennis van de Arabische taal.

2. Zijn familieband met de Profeet sallallaahoe 3alaihie wa sellem.

3. Zijn complete memorisatie van de Qur’aan, inclusief zijn kunde m.b.t. de regels en de toepassingen daar van op de Islamitische kennis, dat anderen in zijn tijd niet bereikt hadden.

4. Zijn diepe inzicht in de Hadieth en zijn behendigheid in het onderscheiden van authentieke en zwakke overleveringen.

5. Zijn begrip van de principes van Hadieth en Fiqh

6. Zijn regels aangaande Hadith Mursal) en correcte ahadieth.

Imaam Ahmed bin Hanbal was gewend om over Imaam a-Shafi3i, te zeggen: “Als het op de hadieth aankwam waren onze nekken in de handen van de compagnons van Abu Hanifah, rahimahu-llaah, totdat we Imaam a-Shafi3i zagen, hij was de meest kundige aangaande het boek van Allaah en de Sunnah van Rasulullah sallallaahoe 3alaihie wa sellem hij volstond zelfs voor iemand die niet goed geïnformeerd was in hadith.”

Al-Karaabeesi zei over de Imaam, “a-Shafi3i was een gunst van Allaah voor de volgers van de Profeet sallallaahoe 3alaihie wa sellem.”

Al-Humaidee zei: “we waren gewend de argumenten van de Ashab-ul-Ra’iy te weerleggen, echter waren we hieromtrent niet goed geïnformeerd, totdat Imaam a-Shafi3i kwam en de deur voor ons opende.”

Aan Ibn Raahway werd gevraagd, “Hoe kon Imaam a-Shafi3i al deze boeken samen stellen op zo’n jonge leeftijd?” Hij antwoordde: “Allaah maakte hem intelligent en voorzag hem van een denkvermogen van een volwassene in zijn tienerjaren.”

Yoenoes as-Sadafie zei: “Ik heb niemand gezien die intelligenter is dan a-Shafi3i. Ik debatteerde eens met hem over een zaak, waarna we uit elkaar gingen. Toen we elkaar opnieuw troffen, nam hij me bij mijn hand en zei: “O Aboe Moesa, is het niet juist dat we broeders zijn, ook al zijn we het oneens over een zaak?” Ik zeg dat dit de compleetheid van het intellect van deze Imaam aantoont, en zijn begrip van zichzelf; omdat meningsverschillen onder mensen die debatteren nooit stoppen.”

Al-Moezanie zei: “Ik heb niemand gezien met een beter gezicht dan a-Shafi3i rahimahu-llaah en wanneer hij zijn baard vastpakte, was er niets voortreffelijker dan zijn vastpakken ervan.”

Ar-Rabie3 al-Moe’adhdhin zei: “Ik hoorde a-Shafi3i  rahimahu-llaah zeggen: Ik schoot altijd pijlen, totdat de dokter zei, ik vrees dat je longtuberculose krijgt door de tijd die je in de hitte doorbrengt. Hij (a-Shafi3i ) zei: En ik raakte negen uit tien doelen.”

Van Imaam Ahmed bin Hanbal is overgeleverd dat hij zei: “Wanneer ik over een zaak werd gevraagd die ik niet weet zei ik tegen mijzelf; “Imaam a-Shafi3i weet ervan, en hij kon er wat over zeggen, want hij is een ‘Alim onder Quraysh. De Profeet sallallaahoe 3alaihie wa sellem zei, een ‘Alim onder Quraysh vult de aarde met zijn kennis.” (al-Manaaqib, Lil-Baihaqi, Vol. 1, Page 54)

Al-Raazi heeft gezegd:, “Deze hadieth slaat op een man die in het bezit is van 3 karaktereigenschappen:

– Dat hij van Quraysh is.

– Dat hij over uitgebreide kennis beschikt omtrent de religieuze wetscholen.

– Dat zijn uitbundige kennis zal rijken van het oosten naar het westen van de wereld.”

Nadat Al-Raazi dit zei, zei hij: “De man die hierboven beschreven is, is niemand anders dan a-Shafi3i.” (Musnad of Abu Dawood Al-Tabalusi, p. 39-40)

Enkele uitspraken van Imaam a Shafi3i:

En az-Zoebayr al-Istiraabaadhie zei: “Mohammad ibn Yahya ibn Aadam van Egypte vertelde ons, Ibn ‘Abdil-Hakam vertelde ons: Ik hoorde a-Shafi3i  zeggen: Als de mensen wisten wat kalaam (retoriek/filosofie) bevat aan begeerten, zouden ze ervan vluchten zoals iemand zou vluchten voor een leeuw.”

A-Shafi3i rahimahu-llaah was inderdaad van de meest kennisrijke mensen wat betreft het Boek en de Soennah, en van de strengste mensen wat betreft het stevig vasthouden aan die twee. Hij was van de meest hoogwaardige mensen betreffende het geven van aandacht aan kennis en hopen op goedheid. Hij zei vaak: “Ik zou willen dat de mensen deze kennis zouden leren, en niets ervan ooit aan mij zou worden toegeschreven. Dan zouden zij beloningen ontvangen en zou ik niet geprezen worden.” (Wasiyyat al-Imaam a-Shafi3i (pag. 14-22)

Hij zei gewoonlijk: “Als ik iets zeg, en vervolgens is er iets authentiek verklaard van de Boodschapper van Allah sallallaahoe 3alaihie wa sellem dat in tegenspraak is met mijn uitspraak, dan heeft dat (authentieke) meer recht om gevolgd te worden, en volg mij niet blindelings.”

En hij zei: “Als ik een authentieke hadieth van de Boodschapper van Allah sallallaahoe 3alaihie wa sellem overlever, en ik handel er niet naar, weet dan dat mijn intellect me heeft verlaten.”

Hij zei tegen Ahmad ibn Hanbal – moge Allah hem genadig zijn: “Jij weet meer over de authentieke overleveringen dan wij, dus als er een authentieke overlevering is, licht me er dan over in; of het nu van al-Koefah, al-Basrah of ash-Shaam is.”

En zijn strikte vastklampen aan de Soennah bereikte het punt dat hij gewoonlijk zijn metgezellen adviseerde eraan vast te klampen, en hij zei: “Blijf bij de mensen van Hadieth, want zij zijn het meest correcte van onder de mensen.”

Hij zei: “Als ik een man van onder de mensen van Hadieth zie, dan is het alsof ik een man van de Metgezellen van de Profeet sallallaahoe 3alaihie wa sellem heb gezien. Moge Allah hen belonen met goeds, zij hebben de fundamenten voor ons behouden, dus hebben zij een voortreffelijkheid over ons.” En hij reciteerde de volgende verzen van poëzie:

“Alle vormen van kennis naast de Qor-aan zijn een overbodigheid; behalve de hadieth en het kennen van de fiqh (wetgeleerdheid) van de Religie; Kennis is hetgeen dat: Hij zei…, of: Hij vertelde ons… bevat; alles dat anders is dan dit, is van de influisteringen van de duivel.”

Enkele uitspraken over de Imaam:

A-Shafi3i  rahimahu-llaah is inderdaad door meer dan één van de grote geleerden geprezen. Tot hen behoort 3abdoer-Rahmaan ibn Mahdie en hij vroeg hem een boek te schrijven over de oesoel (fundamenten) voor hem. Dus schreef hij een boek voor hem, en het werd het eerste boek dat geschreven was over deze wetenschappen. En hierna had Ibn Mahdie de gewoonte om smeekbeden voor hem te verrichten in het gebed.

Imaam Ahmad zei vaak: “A-Shafi3i  was als een zon voor de wereld en als een gratie voor de mensheid.”

En van degenen die hem op gelijke manier prezen is zijn Shaykh, Maalik ibn Anas en Qoetaybah ibn Sa’ied. Hij zei: “Hij is een Imaam.”

En van degenen die hem prezen zijn: Soefyaan ibn 3uyaynah, Yahya ibn Sa3ied al-Qattaan, Aboe 3ubayd ibn Sallaam, en hij zei: “Ik heb niemand meer welbespraakt, intelligenter, meer bescheiden gezien, dan al-Imaam a-Shafi3i .”

En van degenen die a-Shafi3i  prezen zijn: Yahya ibn Akhtam al-Qaadie, Is-haaq ibn Raahawayah en Mohammad ibn al-Hasan.

Imaam Ahmad ibn Hanbal verrichte gedurende veertig jaar smeekbeden voor hem in zijn gebed. Tevens zei hij over de hadieth die verhaald is door Aboe Daawoed, van de hadieth van Aboe Hoerayrah, van de Profeet sallallaahoe 3alaihie wa sellem: “Waarlijk, Allah stuurt aan het hoofd van iedere honderd jaar een man voor de Oemmah, die de religie voor hen doet herleven.” Hij zei: “‘Oemar ibn Abdil-’Aziez kwam aan het hoofd van de eerste honderd jaar en a-Shafi3i kwam aan het hoofd van de tweede honderd jaar.”

Aboe Thawr zei: “Ik heb nooit iets vergelijkbaars aan a-Shafi3i  gezien, noch heeft hij iets met zichzelf vergelijkbaars gezien.”

Aboe ‘Oebayd zei: “Ik heb niemand gezien die intelligenter is dan a-Shafi3i ”, en evenzo zei Yoenoes ibn 3abdil-A’laa: “Als de oemmah bij elkaar werd gehaald, zou zijn intelligentie meer zijn dan wat zij samen brengen.”

Al-Haakim overlevert onder de autoriteit van Bahr bin Nasr, die zei: “Wanneer we wilden huilen, zeiden we: “kom, laten we naar deze jonge Muttalibee gaan en luisteren naar zijn Qur’aan recitatie.” We zouden bij hem komen en hij zou reciteren totdat de mensen voor hem op de grond vielen en het geluid hem bereikte van iedereen die aan het huilen was, dan stopte hij.”

En ar-Rabie’ zei: “A-Shafi3i stierf op donderdag en we verrichten zijn begrafenisgebed op donderdagavond. En we zagen de maan van Sha’baan in het jaar 204, en hij was tweeënzeventig jaar oud.”

Zijn laatste dagen:

De imaam zette het volgen van zijn dagelijkse routine voort totdat zijn ziekte hem dwong om te stoppen met onderwijzen. Zijn studenten waren gewoon om hem te bezoeken gedurende zijn ziektebed. Op een dag trad een van zijn studenten zijn kamer binnen en vroeg hem:

“Hoe voelt u zich deze morgen?”

a-Shafi3i antwoordde:

“Ik voel dat ik wegreis van deze wereld, weg van de broeders, de dood onder ogen ziend, en Allaah de Almachtige nader. Bij Allaah, ik weet niet of mijn ziel naar de hemel zal gaan zodat ik haar kan feliciteren of naar de hel zodat ik het moet betreuren.”

Vervolgens huilde hij.

Op vrijdag, de laatste dag van Rajab in het jaar 204 (na hidjrah) rees zijn pure ziel op naar zijn Voorziener en Zorgdrager. Hij werd begraven op de begraafplaats van de Qurashiyyien te midden van de begraafplaatsen van Banu-Hakam in Egypte.

En ar-Rabie3 zei: “A-Shafi3i stierf op donderdag en we verrichten zijn begrafenisgebed op donderdagavond. En we zagen de maan van Sha’baan in het jaar 204, en hij was tweeënzeventig jaar oud.”

Moge Allaah zijn ziel zegenen en hem toestaan in Zijn weidse paradijs.

Boeken en verzamelingen:

Imaam a-Shafi3i rahimahu-llaah schreef verschillende boeken, de meest bekende heet al-Umm, dit is een collectie van werken en lezingen van de Imaam zelf. Een aantal van zijn studenten hebben zijn werken, lezingen en leerstellingen verzameld in boekvorm of hebben hem geciteerd in hun eigen boeken.

Enkele van zijn boeken.

1.    Al-Risalah al-Qadeemah (Kitaabul-Hujjah)

2.    Al-Risalah al-Jadeedah

3.    Ikhtilaaful-Hadith

4.    Ibtaal-al-Istihsaan

5.    Ahkaam-ul-Qur’an

6.    Biyaadhul-Fardh

7.    Sifatul-al-Amr wal-Nahiy

8.    Ikhtilaaf Malik wal-Shafi’ee

9.    Ikhtilaaf-al-Iraqiyeen

10.    Ikhtilaaf Muhammad bin Hasan

11.    Fadha’il Quraish

12.    Kitaabul-Umm

13.    Kitaabul-Sunan

Categorieën